De gemiddelde snelheid waarmee een auto zich kan voortbewegen, is vanaf het eerste model die maar 16km/u haalde, met grote stappen vooruit gegaan. Al in het begin van de 20ste eeuw waren er al productie auto’s te vinden die met gemak snelheden van 60 tot 80km/u konden halen. Naast de versies geproduceerd voor het dagelijks verkeer, waren er ook tal van modellen die alleen deel mochten nemen aan autoraces. Dat waren nou racemonsters met enorme motoren en liep het uit op een ware concurrentiestrijd tussen de verschillende merken.

het was de beste manier om reclame te maken

Voor de auto wel te verstaan omdat een snelle auto wel veel te zeggen had over de kwaliteit van de ingenieurs van zo een merk. Ook zat zo een auto natuurlijk stevig in elkaar en waren de gebruikte technieken dan ook terug te vinden in de modellen die er werden geproduceerd voor de verkoop op de commerciële markt. Degene met de snelste auto werd dus beschouwd als het merk bij uitstek om een auto aan te schaffen. Er werd dus veel energie gestoken in het ontwikkelen van de nieuwste technieken en werd het ene snelheidsrecord na het andere verbroken. De titel van snelste auto wisselde dus wel snel van auto naar auto. Waar in het begin de nadruk meer werd gelegd op het produceren van motoren met een steeds grotere inhoudt, kwam later de nadruk te liggen op het verfijnen van de technische aspecten als de ontsteking en inspuitsystemen. Niet alleen de motoren genoten daarbij extra aandacht, maar ook de overige aspecten die een auto snel maken zoals een aerodynamische vorm en de wegligging. Gooi daar ook nog goed werkende remmen bij en het is duidelijk dat de moderne auto veel te danken heeft aan de ontwikkelingen van de snelste auto’s van weleer.

Natuurlijk waren er altijd voor speciale uitvoeringen

De snelste auto produceren was voor de vele fabrikanten niet alleen een kwestie van prestige, maar werden er ook vaak op speciaal verzoek bijzondere modellen in elkaar gezet. Dat gebeurde vaak in opdracht van speciale teams die zich hadden toegelegd op bijzondere prestaties binnen de motorsport. Daar is er natuurlijk nog steeds sprake van en komt het benodigd kapitaal voor het ontwikkelen van deze speciale uitvoeringen dan ook vlot vrij. Al in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw was er sprake van speciale teams die weliswaar merkgebonden waren, maar auto’s reden die helemaal niets weg hadden van de productiemodellen. Bij deze racemonsters ging het dus puur om het neerzetten van de snelste tijden en werden al gauw snelheden van boven de 400km/u bereikt! Dat zou menig persoon nooit verwachten van auto’s uit die periode, maar was er toen al sprake van noviteiten zoals directe inspuiting. Het ging echter behalve de vele paarden onder motorkap, ook om de beheersing van al dat vermogen en waren het de haast legendarische bestuurders, die daar zorg voor moesten dragen. De speciale uitvoeringen uit die periode werden dan ook in nauw samenspraak met de specifieke bestuurders gemaakt en werden er speciale fabrieksteams te werk gesteld om het uiterste uit zo een auto te halen.

Ook uit productiemodellen wordt het uiterste gehaald

Naast de vele speciale uitvoeringen die nog steeds worden geproduceerd voor races, zijn er ook tal van productiemodellen die als de snelste op de openbare weg kunnen worden beschouwd. Opvallend is het wel (of eigenlijk juist niet) dat het hier gaat om merken die ook actief zijn binnen de racewereld. In dit opzicht is er ook niet veel veranderd omdat veel technieken die gebruikt worden binnen de racewereld ook hun weg vinden naar de productiemodellen. Vaak worden er natuurlijk wel aanpassingen verricht omdat zo een auto wel langer mee moet gaan dan maar één race! Daar is er sprake van wanneer het op wedstrijden aankomt en wordt de motor na elke race compleet gereviseerd. Met zo een opzet zou geen enkel productiemodel een succes worden en zijn de marges dan ook flink aangepast. Dit leidt wel tot een vermindering van de prestaties, maar gaat zo een motor dan wel veel langer mee. Minder plezier biedt zo een auto echter niet omdat er nog steeds opmerkelijke prestaties mee kunnen worden gehaald. Zo een auto moet ook voldoen aan hoge veiligheidseisen en hoeft de bestuurder bepaalt geen autocoureur te zijn om alle kracht te kunnen beheersen. Er wordt daarom ook veel gebruik gemaakt van elektronische hulpmiddelen om het rijden veilig en comfortabel te maken.

Het einde is nog niet in zicht

De obsessie om de snelste auto neer te zetten, is nog lang niet voorbij en wordt dit domein ook steeds meer betreden door bedrijven die niet geassocieerd zijn met bekende automerken. De vele ontwikkelingen op het gebied van de techniek en de beschikbaarheid voor grote groepen buiten de gevestigde autoindustrie, maken het mogelijk voor “buitenstaanders” om met baanbrekende modellen te komen. Alles is natuurlijk ook in combinatie met de piloot die zo een racemonster zal besturen omdat aan het eind van de dag die toch wel de belangrijkste schakel is in elke snelle auto. Ook op het gebied van elektrische auto’s laat men zich niet onbetuigd en worden ook daar steeds meer snelheidsrecords verbroken. Er zijn dan weer teams die er niet voor schromen om een straalmotor te gebruiken voor het verbreken van alle records. Er wordt daarom ook een verdeling gemaakt in verschillende categorieën en kan er sprake zijn van nogal grote verschillen tussen de behaalde topsnelheden.

Met de snelste auto wordt er dus door de verschillende teams een duidelijke statement gemaakt, dat zij over de benodigde techniek beschikken, maar ook de beste piloten, om zulke records neer te zetten. Naast het prestige dat er aan zo een auto gekoppeld is, wordt er ook veel gebruik gemaakt van de toegepaste technieken in standaard productiemodellen. Het blijft voor de rest dus uitkijken naar wie de bestaande records zal verbreken omdat het einde daarvan (gelukkig) nog niet in zicht is.